Vliegend personeel kopje onder

Vliegend personeel kopje onder

 

Het vliegend personeel van Defensie en de special forces volgen regelmatig overlevingscursussen bij het Combat Survival Centre. Op 10 en 11 april stond daar de cursus overleven op zee op het programma.

Zo'n zeventig procent van de aarde is bedekt met water. Voor wie vaak boven zee werkt, is het dus geen overbodige luxe om op een noodlanding voorbereid te zijn. Want wie op onbekend terrein in moeilijkheden komt, heeft weinig marge voor fouten. Daarom geeft het Combat Survival Centre (CSC) de SERE-training: survival, evasion, resistance en escape of extraction.

"De SERE-training blijft relevant doorheen de hele militaire carrière", vertelt luitenant Lorenzo Mortier van het CSC. "Elke cursist begint met een basiscursus overleven. Daarna volgen ze een reeks trainingen, gericht op de toestellen waarmee ze vliegen. F-16 piloten hebben die training al gehad tijdens hun opleiding op Alpha Jet, maar leren nu omgaan met het reddingsmateriaal aan boord van een F-16."

Na de algemene theoretische inleiding op de Koninklijke Militaire School vindt het vervolg plaats in een zwembad. Hier maken ze het onderscheid tussen F-16-piloten, die alleen vliegen, en de bemanningen van toestellen met meerdere personen aan boord.

De dag nadien brengen de cursisten de leerstof in de praktijk op de Noordzee. Met steun van het patrouilleschip Pollux, een C-130-vliegtuig en een NH90-helikopter bracht iedereen de oefening tot een goed einde. Binnenkort gaat de training verder met een fase parasailing. Daar leren de piloten veilig met een parachute landen in water.