De laatste der Mohikanen van de Royal Navy - Belgische Sectie

De laatste der Mohikanen van de Royal Navy - Belgische Sectie

 

Op 21 juli vieren wij de 75ste verjaardag van de Bevrijding van België na de Tweede Wereldoorlog. Van de Royal Navy - Section belge zijn er nog drie vrijwilligers in leven: Pieter Coussaert (98), André Vantorre (97) en baron Ludo de Vleeschauwer (93). Pieter Coussaert maakte de landing in Normandië mee. De visser was als vrijwilliger aan de slag bij de Britse marine. Hij denkt nog vaak terug aan hét keerpunt in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

Voor Pieter Coussaert uit Nieuwpoortbegon zijn stukje oorlogsgeschiedenis met de Duitse inval in mei 1940. Hij moest met de IJslandvisser O83 naar Groot-Brittannië vluchten met zestig vluchtelingen aan boord. Eerst meerde hij aan in Mileford haven in Wales. Nadien kregen ze de opdracht om naar Dartmouth te varen, waar alle Belgische schepen gegroepeerd werden.

Met de evacuatie van het Britse expeditieleger in Duinkerke (Frankrijk) kregen de kapiteins van de vloot de vraag om deel te nemen. Amper twee schepen tekenden present. De rest bleef afwachten in Zuid-Engeland en tussentijds mochten ze nog driemaal op viscampagne naar IJsland.

Het schip waarop Pieter Coussaert werkte, werd door de Britten in beslag genomen om als patrouilleschip in te zetten. Omdat hij geen werk meer had en geen familie had, moest Pieter noodgedwongen dienst nemen bij de kersverse Belgische sectie van de Royal Navy in 1941. Hij was een van de eerste vrijwilligers en volgde zijn opleiding samen met Victor Billet, de grondlegger van de Belgische sectie, op de HMS Arthur in Sheerness.

Het ganse eerste peloton bestond uit vissers. Voor Pieter, die zelf geen woord Engels sprak, brak een periode van onzekerheid aan. Gelukkig praatten een paar collega's wel Engels, zodat hij de taal begon te begrijpen.

In 1942 scheepte hij in als kanonnier aan boord van het korvet HMS Buttercup, dat zowel de Britse marinevlag als de Belgische vlag voer. Het grootste deel van zijn tijd bij de marine bracht hij aan boord door. Vanaf 1943 volgt hij nog een opleiding luchtafweer en scheepte hij als tweede klasse opnieuw aan boord van het korvet.

Alsof het gisteren was, vertelt hij hoe af en toe Duitse vliegtuigen, vooral 's nachts, mijnen dropten in de omgeving van zijn schip. Zijn belangrijkste taak was om koopvaardijschepen te begeleiden op de Atlantische Oceaan van Saint-Johns in Canada naar Europa. Nadien werd zijn schip ingezet als patrouilleschip voor de Amerikaanse kust. Meestal voer hij van Newfoundland naar Trinidad en terug. Hij sliep er in een hangmat en wiegde mee met de golven op zee. Zo werd hij niet zeeziek.

Elke reis verloren ze tal van schepen, maar gelukkig bleef zijn schip buiten schot. Het grootste gevaar voor de konvooien was de onbeperkte duikbotenoorlog. Gezien de duikboten een alsmaar groter bereik kregen, konden ze tot ver op de Atlantische Oceaan de konvooien besluipen en aanvallen. Dat bezorgde hen de bijnaam Wolfpacks.

"De avond voor de landing in Normandië patrouilleerden ze voor de kust van Normandië," vertelt Pieter, "op zoek naar duikboten in de Britse sector. De eerste troepen landden in de vroege ochtend. De avond voordien lichtte de kapitein hen pas in dat D-Day ging starten. Heel summier, want zoiets moest je niet aan de grote klok hangen. In de verte weerklonken schoten, maar aan boord bleef het relatief rustig. Tot 1 augustus bleven ze de kust in het oog houden, daarna keerden ze terug naar Groot-Brittannië. Nog een paar keer voeren ze af naar Saint-Johns, in het noordoosten van Canada. In december schonk de Royal Navy de Buttercup aan Noorwegen."

Pieter was 74 jaar getrouwd met Martha Lambrecht. Martha vluchtte in 1940 van Nieuwpoort naar Brixham in Zuid-Engeland. Hij leerde haar eerder toevallig kennen via vrienden uit Nieuwpoort en in april 1943 trouwden ze. "We moesten wel", lacht Pieter. "Martha was zwanger. Ik kreeg vier dagen verlof voor mijn huwelijk, maar moest wel 28 uur met de trein reizen om bij mijn geliefde te zijn. Twee nachten hebben we bij elkaar kunnen slapen en daarna riep de plicht. Ik herinner me nog dat er konijn op het menu stond. Onze zoon René is datzelfde jaar geboren, maar daar was ik niet bij. Mannen kregen toen geen verlof wanneer hun vrouw beviel."

Bij de geboorte van zijn dochter Odette duurde het zelfs drie maanden voor hij haar voor het eerst zag. Zij kregen uiteindelijk zes kinderen, van wie er begin dit jaar één als visser het leven liet op zee. Maurice Coussaert overleed toen het vissersschip de Morgenster verging. Spijtig genoeg verloor hij 3,5 jaar geleden zijn Martha aan dementie.

Pieter Coussaert diende uiteindelijk vijf jaar en drie maanden bij de Marine tot hij in januari 1946 zijn demobilisatie kreeg. Nadien werd hij weer visser en eindigde zijn maritieme loopbaan bij het loodswezen.

Of hij trots was? Natuurlijk, maar vooral blij dat hij in leven bleef. Na de oorlog vestigden zij zich in Nieuwpoort. Hij kreeg dertien medailles voor zijn inzet tijdens de oorlog, waaronder het Franse Legion d'honneur met gekruiste zwaarden, een van de hoogste onderscheidingen in Frankrijk.

Hij blijft erbij: die oorlog had nooit mogen gebeuren. Als hij de vraag krijgt of hij vindt dat hij een held is, is hij duidelijk. Zijn broer Marcel werd als verzetsstrijder samen met zes andere leden van het verzet verklikt door Irma Laplasse en in Oostduinkerke gefusilleerd. Tegelijkertijd liep zijn schoonvader eind 1944 met zijn schip de N117 op een mijn tijdens het vissen. Voor Pieter zijn die mensen "de ware ongekende helden!" Zoveel doden hadden nooit mogen vallen.

Met zijn 98 jaar is dit een periode waarover Pieter wel nog praat, maar liever niet te veel.

Bekijk ook de video op de Facebookpagina van de Marine.