Belgische infanterie dirigeert gevecht in Litouwen

Belgische infanterie dirigeert gevecht in Litouwen

 

In de bossen rond het Litouwse dorp Pabradé weerklinken schoten en gonst het van de activiteit. Brullende tankmotoren en zware infanteriewapens: dit is de klankband van de NAVO-coalitie die haar tactische kennis bijspijkert. De internationale battle group Enhanced Forward Presence telt momenteel ruim 250 Belgische militairen, waaronder infanteristen van het Bataljon Bevrijding – 5 Linie.

De groots opgezette tactische oefening Iron Wolf II speelt zich af op een terrein dat de militairen van het Bataljon Bevrijding – 5 Linie (Bvr/5 Li) als gegoten zit. De bossen rondom lijken rechtstreeks uit Leopoldsburg geïmporteerd en hier geplant. Het grote verschil tussen trainen op het Limburgse of Litouwse oefenterrein ligt letterlijk aan de andere kant van een heuvel: de vijand.

De militairen van Bvr/5 Li zijn heer en meester in dicht terrein zoals bossen. Het oefenterrein van Pabradé ligt echter bezaaid met open vlaktes. En de vijandelijke troepen – tijdens de oefening twee Litouwse bataljons, aangevuld met militairen van andere nationaliteiten – beschikken over zwaargepantserde rupsvoertuigen. Die zijn dodelijk in open terrein, maar hebben het moeilijker in dichtbegroeide zones. Er moet dus een manier zijn om die terreinkennis uit te spelen.

Het doel van de Belgische gevechtstroepen tijdens Iron Wolf II is om de vijand aan te zuigen, naar een bepaalde zone in de omgeving te lokken. Het verloopt erg realistisch af. De vijand voert aanvallen acties uit, waar de Belgen zich aanvankelijk tegen verdedigen. Zij trachten het gevecht te vertragen om zo de vijand al te verzwakken en mee te lokken naar een zwaar verdedigde positie. Daar kunnen de gevechtstroepen een harde tegenaanval inzetten.

Militaire arbitrage

Tijdens zulke grootschalige oefeningen vuren de militairen uiteraard niet met scherp op elkaar. De schoten en knallen die je trommelvlies teisteren zijn van oefenmunitie. Die klinken echter niet minder luid. Tijdens dit type training moeten er wel spreekwoordelijke doden en gewonden vallen. Daarvoor rijden militaire scheidsrechters rond in voertuigen met ‘OTC’ erop: Observer, Controller, Trainer. Zij houden alle acties van beide strijdmachten scherp in de gaten en bepalen als een soort van opperwezen wie leeft en wie sterft.

“Jullie zijn nu dood”, vertelt een Litouwse officier aan de voertuigcommandant van een Belgisch Piranha-pantservoertuig. “Jullie werden getroffen door een Javelin-antitankraket. Jullie voertuig is vernietigd en twee van jouw mensen overleefden de klap niet. Maar jullie hebben ook een volledige vijandelijke sectie te grazen genomen.” Het lijkt bizar, maar het werkt wel. Ook al is de munitie blank en de vijand eigenlijk een vriend, zo leren de militairen met de gevolgen van hun tactische keuzes omgaan.

Wanneer we verder door het enorme terrein wandelen, begint de zandgrond onder onze voeten hevig te daveren. Aan de top van de zoveelste heuvelkam kruisen we een volledige tankcompagnie met rode markeringen. Onze Belgische troepen hebben er echter blauwe. De strijd om Pabradé lijkt dus geen eitje te worden …