Belgen bij Nederlandse marine-operatie in Caraïben

Belgen bij Nederlandse marine-operatie in Caraïben

 

Belgische militairen zijn ingescheept aan boord van de L801 Zr.Ms. Johan de Witt van de Nederlandse Koninklijke Marine. Samen met de gevechtsstaf van de Nederlandse marine NLMARFOR nemen ze deel aan Caribbean Archer. Die ontplooiing in de Caraïben bestond uit twee oefeningen, waaronder een om humanitaire hulp te bieden en burgers te evacueren.

Tijdens de overtocht was het windstil en dus heerlijk vertoeven aan boord. Tocht hielden de meteodiensten aan boord enkele depressies in het oog die vanuit West-Afrika de oversteek richting de Caraïben maakten. Een van die stormen ontwikkelde zich tot de orkaan Dorian, die met windsnelheden boven 300 km/u vooral de Bahama's teisterde.

Daarom kreeg de staf de opdracht om naast de oefening ook een eventuele inzet van noodhulp voor te bereiden. Toen de eerste beelden van de orkaan en de schade verschenen, werd voor iedereen duidelijk dat het schip in die zone ingezet zou worden.

De Nederlandse staf annuleerde de hulp- en evacuatieoefening om de bemanning in te zetten voor een echt ramphulpoperatie in de Bahama's. In Sint-Maarten kwamen vijftig Franse en vijftig Duitse militairen aan boord, aangevuld met nog eens 200 Nederlandse militairen die instonden voor de eerste hulp.

Het zwaarst getroffen in de archipel waren de Abaco-eilanden. De Johan De Witt nam de taak over van het Britse steunschip RFA Mounts Bay. Dat schip was al een week noodhulp aan het verlenen, samen met een tiental Amerikaanse kustwacht- en marineschepen en een heleboel civiele organisaties, waaronder de Verenigde Naties en het Rode Kruis.

Ondanks al die hulp was er overal op het eiland nog steeds totale verwoesting: alle huizen, gebouwen en infrastructuur waren weggeblazen. Waar voorheen sloppenwijken met Haïtiaanse vluchtelingen waren, stond niks meer overeind.

De Johan de Witt en het hydrografisch schip Snellius moesten in slechte weersomstandigheden zo snel en zo goed mogelijk hulp bieden. Overal waren voedsel, water en medicijnen nodig, maar vooral ook brandstof om generatoren aan te drijven.

Ze hielpen een vitale brug heropbouwen, ziekenhuizen ondersteunen maar bereikten vooral afgelegen dorpjes waar nog niemand geweest was. De bevolking was enorm dankbaar, waardoor de militairen nooit in gevaar waren. Tien dagen lang hebben ze de bevolking bijgestaan, wat resulteerde in een hele waslijst acties. De samenwerking met burgerinstanties was erg intensief en resulteerde in een erg geslaagde missie.

De Zr.Ms. Johan De Witt is een Landing Platform Dock (LPD) en is een van de Europese geavanceerde varende commandoplatformen. Het schip is gebouwd voor amfibische operaties: op de grens tussen water en land. Daarin kan het een variabele rol spelen: hulp verlenen na een natuurramp, piraterij bestrijden, fungeren als varend noodhospitaal of honderden mariniers aan land zetten met hun landingsvaartuigen, helikopters, tanks of vrachtwagens.

Het schip is echter uniek omdat het kan fungeren als varend hoofdkwartier voor tot 50.000 eenheden op land, zee en in de lucht. Het LPD beschikt ook over grote medische voorzieningen, schaars bij de militaire capaciteiten van de NAVO en de EU.